Overzicht anticonceptie
Volgens een recente enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek is de pil veruit het meest gebruikte voorbehoedsmiddel. Van de ondervraagde vrouwen in de leeftijd van 18 tot 50 jaar gebruikt 40% de pil.
Over de werking van de pil kun je hier meer lezen.
Hieronder volgt informatie over andere voorbehoedsmiddelen.
IUS - Het spiraaltje
Het spiraaltje is een anticonceptiemethode waarbij een klein voorwerp in de baarmoeder wordt geplaatst door een arts. Het werkt meerdere jaren en is zeer betrouwbaar. Er zijn twee verschillende soorten spiraaltjes te onderscheiden, het hormoonspiraal en het koperspiraal.
Meer over deze twee spiraaltjes lees je hier...
Natuurlijke anticonceptie - anticonceptie door periodieke onthouding
Tot de periodieke onthoudingsmethoden behoren:
- temperatuurmethode (meten van de basale temperatuur in de ochtend)
- Billings-methode (beoordeling van het baarmoederhalsslijm)
- symptothermale methode (combinatie van temperatuur- en Billings-methode)
- Ogino-Knaus (schatting van de vruchtbare dagen door registratie van de menstruatiecyclus)
Met uitzondering van de symptothermale methode zijn alle natuurlijke anticonceptiemethoden veel minder betrouwbaar dan de anticonceptiepil. De symptothermale methode vereist weliswaar enige discipline, maar is bij consequente toepassing uiterst effectief.
Lees meer hierover op www.anticonceptie-online.nl.
Het pessarium
Het pessarium is een rubberen kapje dat je voor de baarmoedermond in de top van de vagina inbrengt. Je krijgt het aangemeten bij de arts en deze zal je ook leren hoe je het in moet brengen en hoe je kunt controleren of het goed zit. Als je veel afvalt of juist dikker wordt, moet er een nieuwe worden aangemeten. Ook na zwangerschap heb je waarschijnlijk een nieuwe nodig, als je er eerder al een gebruikte. De betrouwbaarheid is sterk afhankelijk van de wijze van gebruik.
Lees meer op www.anticonceptie-online.nl of bespreek het met je arts.
De pleister
De anticonceptiepleister bevat evenals de combinatiepillen twee hormonen: oestrogeen (ethinylestradiol) en progestageen (in dit geval norelgestromin). Je kunt de pleister vergelijken met een lichte pil. De pleister geeft een week lang gelijkmatig hormonen af die via de huid rechtstreeks in je bloedbaan terechtkomen. De pleister kan op de bovenzijde van de bovenarm worden geplakt, op de bil, op de buik of op het schouderblad. De pleister mag NIET op de bovenbenen of op de borsten geplakt worden. Je kunt er gewoon mee douchen. Een pleister werkt een week, dus moet je elke week een nieuwe plakken. Na drie weken las je een stopweek in en plak je een week niets. In deze week kun je, net als bij de pil, een bloeding verwachten. Bij deze methode hoef je dus niet dagelijks, maar wekelijks aan je anticonceptie te denken. De pleister is minder betrouwbaar bij vrouwen die meer dan 90 kilogram wegen.
Lees meer over Evra® op www.evra.nl of bespreek het met je arts.
De prikpil
Als je kiest voor de prikpil, krijg je eens in de drie maanden een prikje in je bilspier (soms in je arm of been) of onder de huid, waarbij hormonen worden toegediend. Deze methode vereist geen dagelijkse aandacht, maar eens in de drie maanden.
Een nadeel van de prikpil is dat hij het slijm van de baarmoeder zeer dun maakt en uit één hormoon (progestageen) bestaat, waardoor er nogal eens onvoorspelbare doorbraakbloedingen kunnen optreden. De prikpil wordt vaak gegeven als de oestrogenen in de pil niet toegestaan zijn.
Lees meer op www.anticonceptie-online.nl of ga naar je arts.
Sterilisatie
Bij sterilisatie wordt ervoor gezorgd dat een zaadcel niet bij een eicel kan komen. Dat kan door bij de vrouw de eileiders te onderbreken of door bij de man te voorkomen dat zaadcellen bij de geslachtsgemeenschap vrijkomen. Bij de vrouw worden meestal de eileiders geblokkeerd en bij de man de zaadleiders. Sterilisatie is moeilijk omkeerbaar, neem de beslissing om je te laten steriliseren daarom nooit overhaast, maar zet alle beschikbare alternatieven op een rij. Vaak krijg je je normale cyclus terug, met de eventuele bijbehorende klachten. Als je vlak voor de menopauze zit, kun je last krijgen van cylusproblemen, zoals onregelmatig en/of overvloedig bloedverlies. Daardoor kun je alsnog een anticonceptiemethode nodig hebben om je cyclus weer in het gareel te krijgen. De kosten voor een sterilisatie komen voor eigen rekening.
Lees meer over sterilisatie op www.anticonceptie-online.nl of bespreek het met je arts.
Het subdermaal (onderhuids) implantaat
Het implantaat bevat, net als het hormoonspiraal, alleen een progestageen. Het is een staafje dat met een naald onder de huid wordt geïmplanteerd en dat dagelijks een kleine hoeveelheid progestageen afgeeft. Na drie jaar moet het staafje vervangen worden. Het wordt dan uit de huid verwijderd. Bij gebruik van het implantaat wordt de maandelijkse bloeding vaak onregelmatig.
Lees meer over Implanon® op www.anticonceptie.nl of bespreek het met je arts.
De vaginale ring
Dit is een kleine ring die geleidelijk hormonen afgeeft. Je brengt de ring in de vagina in en laat deze daar drie weken zitten. Hierna moet je de ring verwijderen en heb je een stopweek zonder ring. Na de stopweek breng je een nieuwe ring in. De werking is hetzelfde als bij de anticonceptiepil, maar in plaats van elke dag een pil te slikken, breng je elke maand een ring in. Op dag 2 of 3 van de stopweek treedt een bloeding op.
Lees meer over Nuvaring® op www.nuvaring.nl of ga naar je arts.
Vrouwen- en mannencondoom
Het vrouwencondoom kan al een tijd voor de gemeenschap geplaatst worden. De kans op vergeten wordt hierdoor kleiner. Het bestaat uit twee ringen met een kunstofzakje. Eén van de ringen wordt diep in de vagina gebracht. De andere ring blijft buiten de vagina waar het zakje de zaadcellen opvangt.
Het mannencondoom is van rubber en erg stevig en dun. Het moet voorafgaand aan de gemeenschap omgedaan worden om te voorkomen dat zaadcellen in de baarmoeder terechtkomen. Het voordeel van een condoom is dat het ook beschermt tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's).
Zaaddodende middelen
Chemische anticonceptiemiddelen zijn verkrijgbaar in de vorm van gel, crème, pasta of schuim. Hun werking berust op het vormen van een barrière in de vagina en op het doden of onbeweeglijk maken van de zaadcellen. Anticonceptie met zaaddodende middelen alleen is relatief onbetrouwbaar. In combinatie met barrièremiddelen wordt de werking weliswaar betrouwbaarder, maar het wordt dan wel als een omslachtige methode ervaren.


