Mijn anticonceptie

Wanneer mag je geen pil gebruiken

  • als je een bloedstolsel in een bloedvat van een been (trombose), van een long (longembolie) of ander orgaan hebt (of ooit hebt gehad);
  • als je een hartaanval of beroerte hebt (of ooit hebt gehad); 
  • als je een aandoening hebt (of hebt gehad) die een voorteken kan zijn voor het krijgen van een hartaanval (bijvoorbeeld angina pectoris, die hevige pijn op de borst veroorzaakt) of voor een beroerte (bijvoorbeeld een lichte beroerte van voorbijgaande aard zonder restverschijnselen); 
  • als je een aandoening hebt die de kans op een bloedstolsel (trombose) in de slagaderen kan verhogen. Dit geldt voor de volgende aandoeningen: 
    • diabetes (suikerziekte) met beschadigde bloedvaten 
    • sterk verhoogde bloeddruk
    • een zeer hoog vetgehalte in het bloed (cholesterol of triglyceriden) 
  • als je een bloedstollingsstoornis hebt (bijvoorbeeld proteïne-C-deficiëntie); 
  • als je een bepaalde vorm van migraine (met zogenaamde focale neurologische symptomen) hebt (of ooit hebt gehad); 
  • als je een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) hebt (of ooit hebt gehad); 
  • als je een leveraandoening hebt (of ooit hebt gehad) en de werking van je lever nog niet normaal is; 
  • als je nieren niet goed werken (nierinsufficiëntie);  
  • als je een gezwel in de lever hebt (of ooit hebt gehad); 
  • als je borstkanker of kanker van de geslachtsorganen hebt (of ooit hebt gehad), of als er een vermoeden is dat je dat hebt;
  • als je bloedverlies uit je vagina hebt en de oorzaak niet duidelijk is; 
  • als je allergisch (overgevoelig) bent voor een van de bestanddelen van de pil.

Wanneer moet je extra voorzichtig zijn met de pil

In sommige situaties moet je extra voorzichtig zijn als je een combinatiepil gebruikt. Het kan nodig zijn dat je regelmatig door je arts wordt gecontroleerd. Als één van de volgende situaties op jou van toepassing is, moet je je arts hiervan op de hoogte brengen vóór je met de pil gaat starten. Ook als één van de onderstaande aandoeningen ontstaat of verslechtert tijdens het gebruik van de pil, moet je je arts raadplegen:

  • als iemand uit je naaste familie borstkanker heeft of ooit heeft gehad;
  • als je een aandoening van de lever of galblaas hebt;
  • als je diabetes (suikerziekte) hebt;
  • als je een depressie (ernstige neerslachtigheid) hebt; 
  • als je de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa (ontstekingsziekten van de darmen) hebt;
  • als je de bloedaandoening HUS (hemolytisch-uremisch syndroom) hebt die nierbeschadiging veroorzaakt;
  • als je sikkelcelanemie (een erfelijke aandoening van de rode bloedcellen) hebt;
  • als je epilepsie hebt;
  • als je de afweersysteemaandoening SLE (systemische lupus erythematodes) hebt;
  • als je een aandoening hebt die voor het eerst optrad tijdens de zwangerschap of bij eerder gebruik van geslachtshormonen (bijvoorbeeld gehoorverlies, een aandoening van het bloed genaamd porfyrie, huiduitslag met blaasjes tijdens de zwangerschap (herpes gestationis), een aandoening van de zenuwen waarbij plotselinge bewegingen van het lichaam optreden (chorea van Sydenham)); 
  • als je geelbruine pigmentvlekken, vooral in het gezicht (chloasma, zogenaamde 'zwangerschapsvlekken') hebt of ooit hebt gehad. Als dit het geval is, vermijd dan directe blootstelling aan zonlicht of ultraviolet licht;
  • als je erfelijk angio-oedeem hebt, kunnen producten die oestrogene hormonen bevatten de verschijnselen opwekken of verergeren. Je moet direct contact met je arts opnemen als je verschijnselen van angio-oedeem krijgt, zoals een opgezwollen gezicht, tong en/of keel, en/of problemen met slikken, of galbulten samen met moeilijk ademhalen.

 


Om deze website zo goed mogelijk af te stemmen op jouw behoeften, vragen we je 4 korte vragen te beantwoorden.